Flightlevel.be

Een dagje zweefvliegen bij de VZA in Weelde

Yannick De Bel·

Het is zonnig wanneer ik in de auto zit op weg naar het vliegveld van Weelde. Daar ga ik bij de Vlaamse Zweefvlieg Academie voor de eerste keer in mijn leven zweefvliegen. Ik vlieg zelf al een tweetal jaar met één- en tweemotorige vliegtuigen, maar vandaag zal het dus mijn eerste vlucht zijn zonder motor.

Na ongeveer drie kwartier te hebben gereden van Antwerpen kom ik aan op het vliegveld van Weelde, een verlaten NAVO-basis die in 1953 werd gebouwd ten tijde van de Koude Oorlog. Vandaag de dag gebruiken de Belgian Air Cadets het veld om te zweefvliegen, maar er zijn ook twee civiele zweefvliegclubs, waaronder de VZA waarbij ik vandaag mijn eerste zweefvliegvlucht doe. De VZA heeft een vloot van vijf zwevers. Het toestel waarmee ik vandaag zal vliegen is de OO-ZVF, een Grob 103 Twin Astir, een tweezitter die gebruikt wordt voor opleidingen. De zwever heeft een spanwijdte van 18 meter. De club heeft nog één andere tweezitter en voor de rest drie éénzitters.

De piloot waar ik vandaag mee zal meevliegen is Cédric De Weerdt (21). Hij is in 2008 begonnen met zweefvliegen, behaalde in 2011 zijn vergunning en mag al één jaar met passagiers vliegen. Cédric vloog voor eerst het tijdens het zweefvliegkamp in 2008, en sindsdien is hij tijdens de weekends in het zomerseizoen bijna altijd te vinden in Weelde.

Cédric toont me de cockpit van één van de zwevers. Qua instrumenten zijn er enkel drie vertical speed indicators, één snelheidsmeter en één hoogtemeter. Een klassieke attitude indicator zoals in andere vliegtuigen is hier dus niet te vinden. Een ander groot verschil met motorvliegtuigen is dat de instrumenten niet werken met knots en feet, maar met kilometer per uur en meter. Niet gemakkelijk om snel een idee van hoogte en snelheid te hebben als je de andere eenheden gewoon bent. Verder beschikt de zwever ook nog over een radio en over de FLARM, een soort TCAS dat waarschuwingen geeft als er een botsing met andere toestellen dreigt te komen.

De vliegtuigen worden buitengezet en worden allemaal gecontroleerd. De ailerons op de vleugels, de elevator en de rudder op de staart worden allemaal getest en gecontroleerd. In elk toestel wordt ook bij elke vliegdag een batterij ingestoken.

Er staat vandaag een noordoostelijke wind en baan 07 zal dus gebruikt worden om te landen en op te stijgen. Dat is helemaal aan de andere kant van het vliegveld, en de toestellen worden met auto's naar het begin van de runway gebracht. Er worden in Weelde twee manieren gebruikt om de lucht in te gaan: met een lier en met een sleepvliegtuig. Bij de liermethode wordt er een kabel onderaan het toestel bevestigd en wordt die door een machine aan het einde van de baan vooruit getrokken waardoor het zweefvliegtuig de baan kan verlaten en de hoogte in kan gaan. Eenmaal het toestel dan boven het liermachine is, haakt de kabel vanzelf los en kan het zweefvliegtuig op eigen kracht verder vliegen. Het klaarzetten van de toestellen op de baan 07. De VZA gebruikt echter een sleepvliegtuig, een Robin DR400, om haar toestellen de lucht in te krijgen. Het nadeel is dat het iets duurder is om op te stijgen, maar het voordeel is wel dat, indien je wilt, naar een veel grotere hoogte kan gebracht worden alsook naar gebieden waar thermiek te vinden is. De kans dat je als zweefvliegtuig sneller thermiek hebt en vindt met een sleepvliegtuig is groter, waardoor je meer kans hebt op langere vluchten.

Ondertussen begint het weer te overtrekken en komt er hoge bewolking opzetten. Van de zon is dan ook niet veel meer te zien, dit tegen de voorspellingen in. Er wordt besloten om nog een uurtje te wachten met vliegen, in de hoop op meer zon. Zon heb je namelijk nodig om thermiek te krijgen. Daardoor krijg je zones met stijgende warmere lucht die het zweefvliegtuig kunnen laten stijgen. Hoe groter het verschil in temperatuur tussen de stijgende lucht en de omgeving, hoe beter de condities zijn om te zweefvliegen door de aanwezigheid van grotere stijgsnelheden.

De wolken blijven en uiteindelijk wordt er beslist om te starten met vliegen. De eerste vluchten gaan omhoog, maar thermiek is er weinig te vinden. Na zo'n 20 minuten staan de vliegtuigen terug aan de grond. ](http://www.flightlevel.be/image/news/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5881.jpg)[[](http://www.flightlevel.be/image/news/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5972.jpg) Uiteindelijk is het mijn beurt om met Cédric te gaan vliegen. Ik doe een parachute aan, dat verplicht bij de uitrusting hoort, en neem vanachter plaats. De canopy gaat dicht en even later rollen we over de baan achter de Robin. Met een snelheid van 85 kilometer per uur komen we van de grond. Nu is het de taak om zo goed mogelijk achter het motorvliegtuig te vliegen. Zowel de piloot van het motor- als het zweefvliegtuig kunnen de kabel losmaken moest dat nodig zijn. ](http://www.flightlevel.be/image/news/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5890.jpg)[ Na enkele minuten zijn we op 500 meter geraakt en koppelen we los van het vliegtuig. Nu is het kwestie van thermiek te vinden, maar dat lijkt vandaag bijna hopeloos te zijn. Wat verderop zijn er twee zwevers van de Belgian Air Cadets aan het rondcirkelen, misschien dat er daar wel iets te vinden is. We vliegen er naar toe en uiteindelijk cirkelen we daar met zijn drieën rond. Het lukt om onze hoogte te behouden, en zelfs een heel klein beetje hoogte te winnen, maar bijna verwaarloosbaar.

Ik vlieg zelf ook even. Het gecoördineerd vliegen is bij een zweefvliegtuig veel belangrijker dan bij een gewoon vliegtuig door de langere spanwijdte van de vleugels en vraagt dan ook meer oefening. Een speciaal ‘instrument’ dat zweefvliegers hiervoor gebruiken is het piefje. Dit is niets meer dan een draadje dat in de luchtstroom op de canopy plakt. Als de piloot juist vliegt, hangt dit mooi recht in de luchtstroom. ](http://www.flightlevel.be/image/cache/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5911_600.jpg)[[](http://www.flightlevel.be/image/cache/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5924_600.jpg) We keren terug naar het vliegveld en proberen daar langs opzij boven enkele daken van een bedrijvenzone hoogte te winnen, maar dat lukt ook niet echt. Tijd om de landing in te zetten. We vliegen via downwind zo naar final voor baan 07. Eenmaal voor de landingsbaan komen de speedbrakes uit de vleugel die het vliegtuig in staat stelt om serieus te zakken zonder de snelheid te laten toenemen. De laatste seconden voor de landing gaan we, t.o.v. van een motorvliegtuig, serieus met de neus naar beneden. Onze landingssnelheid bedraagt 95 kilometer per uur.. Uiteindelijk komen we op de baan terecht en komen we tot stilstand. ](http://www.flightlevel.be/image/cache/events/2013/Zweefvliegen/_MG_5949_600.jpg)[ Mijn eerste zweefvlucht zit er op. Zweefvliegen lijkt me een plezierige, en zeker ten opzichte van motorvliegen, een veel goedkopere hobby als je wilt vliegen. Verder heb je boven ook bijna geen lawaai, behalve dan van de snelheid door de lucht. Een groot verschil als je altijd dat geronk voor je neus gewoon bent.

In de loop van de namiddag en vroege avond zouden de wolken volledig optrekken en slaagt Cédric er nog in om een vlucht van twee uur en half te maken. "Zo zie je dat het zweefvliegen onvoorspelbaar blijft. Misschien ook wel één van de charmes!", vertelt Cédric me nog achteraf.

Deel artikel:

Meer nieuws