Flying Legends 2010
Ook deze maand was er de alomgekende Flying Legends airshow in Duxford, op de terreinen van het Imperial War Museum Duxford. Deze editie was de 17de en is sinds het begin een begrip - zelfs meer dan dat - geworden onder warbirdfanaten. Velen reserveren maanden vooraf hun slaapplaatjes bij kennissen, familie, bed & breakfasts, hotels, en dies meer, in de omringende 20 kilometer. Om te zwijgen van het transport (vluchten die geboekt moeten worden, ferry’s, huurauto’s,…). De bezoekers komen letterlijk van heinde en ver: vorig jaar kwamen we er zelf nog een hoop Tsjechen tegen. Elliot Marsh: “I can think of very few other shows where you hear kuch a variety of foreign voices; Australians, Brazilian, Czech, Dutch, German, American, Russian.”
Het is bijgevolg onnodig om te zeggen dat dit evenement veel betekent voor de lokale economie.
Op wat komen al deze bezoekers nu af ? De show die wat ons betreft de titel mag dragen van een van de beste airshows (misschien zelfs de beste warbird airshow, alhoewel la Ferté-Alais daar ook om het hoekje komt kijken).
© Tony House - deze Yak is ondertussen bekend bij het Flying Legends publiek. Let op het prachtige camouflagekleurenschema.
De eerste keer Flying Legends is iets wat een bezoeker nooit zal vergeten. Deze airshow is niet echt zoals andere - waar een ‘gewone’ airshow 1 display tegelijk geeft, gebeurt er op Duxford steeds iets: toestellen die opstijgen, taxiën, landen, bijna boven je hoofd vliegen, enz. Het doet je, als je de geschiedenis van Duxford kent (Duxford was een militair vliegveld tijdens de Tweede Wereldoorlog, en het eerste waar de beroemde Spitfire operationeel werd, bij RAF No. 19 Squadron), bijna een traan wegpinken. Net zoals in de oorlog is het dus een bijennest wat vliegactiviteiten betreft. Je ziet hier ook toestellen bij elkaar vliegen die je nergens anders kan zien. Zowat elk jaar kan je erop aan dat Stephen Grey, de grote baas van The Fighter Collection, z’n uiterste best doet om een nieuw (vliegend) konijn uit z’n hoed te toveren. Waar vorig jaar dé ster van de show nog de Focke Wulf Fw-190 was uit Frankrijk, zagen we dit jaar niet minder dan drie Skyraiders. De nieuweling onder het trio is de Skyraider in Franse kleuren, van de Aéronavale; dit toestel behoort tot het Vega Team. Naast het gebruikelijke aantal Yaks van vorig jaar, was er dit jaar, jawel…nog een: de Yak-3UA van Stéphane Canu. Van Meier Motors was er dit jaar ook een bijkomende TF-51D Mustang, die duidelijk herkenbaar was aan de grotere ‘bubble’ canopy die typisch is voor de Mustang. Vooraf was er de veelgehoorde klacht dat veel van de deelnemende toestellen reeds voordien op Flying Legends waren. Toegegeven, dat was ook het geval. Als je echter weet wat voor een organisatie dit vereist (naast het alomtegenwoordige papierwerk, dat ook vorig jaar TFC nog parten speelde) is dit een unicum. Warbirds uit Frankrijk, Duitsland, Zweden, Noorwegen en Zwitserland zijn zeer duur in gebruik als je ze een regelmatig retourtje thuisbasis-Duxford wil laten doen. Duxford is nu al een relatief dure airshow (zo’n een 30 pond voor een volwassene), maar gelukkig krijgt het publiek waar voor zo’n geld. Vroeger waren er Flying Legends met niet minder dan 39 toestellen tegelijk in de lucht (tijdens de klassieke ‘Balbo’ als afsluiter), wat helaas niet meer gebeurt. Deze show blijft desondanks indrukwekkend: dit jaar waren er niet minder dan drie Skyraiders, twee Hawker Furies, drie Yaks, acht (!) Spitfires en vijf Mustangs. Vorig jaar waren er ‘slechts’ drie Mustangs.
© Tony House - de nieuweling onder de Rolls-Royce/Packard Merlin aangedreven Mustangs.
Dit jaar koos Stephen Grey ook eindelijk weer het luchtruim in een F8F Bearcat; Dit toestel had tot onlangs een vliegverbod door een probleem met de Britse luchtvaartautoriteit en de bijbehorende toelatingen om een dergelijk oud (we spreken hier over toestellen van minstens 55 jaar oud - iets om in gedachten te houden) toestel een display te laten doen voor een groot publiek. Al meer dan een jaar (vorig jaar was dit ook de reden dat sommige warbirds aan de grond moesten blijven, zelfs al waren ze van TFC zelf).
© Tony House - het aantal Skyraiders is inmiddels gestegen tot 3.
Het motto van TFC lijkt wel ‘waarom breken met een traditie ?’ in het begin. Klassieker onder de openingen van Flying Legends is het beginnen met een stukje Brits chauvinisme: de Spitfires. Verschillende modellen waren aanwezig: zowel de vroegste Spitfire I, met z’n zacht ronkende Merlinmotor, als de fotoverkenningsversie van meer naar het eind van de oorlog: de PR.XIX. Deze valt duidelijk te herkennen aan de grotere en luidruchtigere Rolls-Royce Griffon. Tijdens het opstijgen valt deze ook op doordat het toestel naar rechts trekt in plaats van naar links: de motor ligt omgekeerd ten opzichte van de vroegere modellen. Christophe Jacquard leek ons echter geen problemen te hebben met het extra vermogen dat deze laatste geeft. Voor de fotografen leuke momenten: deze toestellen vlogen zo dicht dat het mogelijk werd om alle zes de toestellen in welgeteld 1 foto te krijgen.
© Tony House - de Lancaster van de Battle of Britain Memorial Flight (BBMF). Doordat dit toestel veel kracht vereist om in de lucht te worden gehouden, missen we helaas de mooie aanzichten die een B-17 wel geeft.
Dit jaar is het de 70ste verjaardag van de Slag om Engeland (the Battle of Britain). Toepasselijk werd dan ook door John Romain in de Buchon de achtervolging ingezet op een Hurricane vooraleer hij onderschept werd door Cliff Spink in een Spitfire Mark IX. Men wou duidelijk geen nieuw stuk geschiedenis schrijven en dus won de Britse luchtmacht het gevecht weer en moest de Buchon (een look-alike van de Messerschmitt 109) weer ‘op huis aan’. Na ook vorig jaar aanwezig te zijn geweest, was er ook dit jaar weer de Morane-Saulnier MS.406 D-3801. Alhoewel het de elegantie van een Spitfire mist, kan dit toestel toch overtuigen door haar mooie, sobere display. Het geeft helaas niet dezelfde indruk als een Spitfire, alhoewel de Franse commentator daar duidelijk anders overdacht!
© Tony House - de Corsair van The Fighter Collection is terug van weggeweest.
Vorig jaar vloog The Pink Lady, de Franse B-17 die dit jaar voor de laatste maal neerstreek op la Ferté-Alais nog. Dit jaar werd haar Britse zusje Sally B. ingezet. Alhoewel ze al op leeftijd is kon deze kranige dame ook nu weer bekoren.
© Tony House - Sally B werd eindelijk weer van stal gehaald.
De kleinste nieuweling op Flying Legends waren ook dit jaar meteen indrukwekkend. De Polikarpov I-16 ‘Rata’ van Thomas Jülch lijkt klein (om niet te zeggen petieterig) maar zette meteen een indrukwekkende vertoning neer. De uitdrukking ‘a pitbull of an airplane’ kende meteen een nieuwe definitie. De M-62 stermotor stuwde deze Russische vechtersbaas naar nieuwe hoogtes!
© Tony House- de Polikarpov I-16 'Rata' - dit is dan de ster van de show.. Zoals eerder gezegd was de Russische luchtvaart ook hier weer mooi vertegenwoordigd: naast de ‘Rata’ (Rat) was er een enkele Yak-9, naast de twee Yak-3s. Een hiervan, Flying Legends veteraan Chris Vogelgesang, mocht zijn collega-Yakpiloot Patrice Marschasson (de eigenaar is Stéphane Canu) meteen inwijden.
© Tony House - de razendsnelle Hawker Fury in de kleuren van de Australische marine, maakt nog steeds de lucht onveilig.
Naast al de grote namen is er voor kleinere toestellen ook een plaats op Duxford. De Boeing Stearman, de PT-22 en de Piper L-4 Grasshopper (deze laatste zag ondergetekende reeds vorig jaar op Flying Legends) mogen dan geen grote luchtoverwinningen hebben geboekt, maar waren een paar prima toestellen om een gaatje in de displays te vullen.
© Tony House - ook dit jaar waren de Mustangs numeriek sterk vertegenwoordigd.
Een van de belangrijkere momenten was het samenkomen van drie klassiekers van Hawker: de Hawker Demon, Hind en de Nimrod. Deze drie zal niet worden teruggezien op enige andere airshow, alhoewel naar verluidt voor de Sywell airshow in augustus aan iets gelijkaardigs wordt gedacht. De gedachte “nu drie Hawkers…wat volgend jaar ? Vijf Hawkers tegelijk misschien ?!” kwam op.
En toen was het tijd voor…de Balbo! Het is een indrukwekkend gezicht, de opbouw van de Balbo. Toestellen stijgen snel na elkaar op en voegen zich op een paar kilometer afstand bij elkaar, terwijl Stephen Grey zijn Jokerdisplay uitvoert in de even legendarische als luidruchtige (de Bearcat beschikt over een grote stermotor) F8F van Grumman.
© Tony House - deze Yak zagen we ook vorig jaar. Op zaterdag eindigde dit toestel toen in het gras nadat het staartwiel niet wou uitklappen.
Hopelijk gaan Stephen Grey en co nooit denken “zo is het goed, we houden het hierbij, nu veranderen we niets meer aan het airshowverloop”, want Flying Legends schijnt net zoals wijn beter en beter te worden. De enige opmerking die menig bezoeker had was dat er op zaterdag een rare indeling was bij het parkeren. Op zondag was dit gelukkig opgelost.
With thanks to Tony House for his magnificent photographs (including the avatar).
