Flightlevel.be

Pilotenopleiding: het avontuur naar de ‘right seat’ – 11

Yannick De Bel·

We krijgen op ons actieve forum regelmatig vragen over de pilotenopleiding in België. Veel mensen hebben de droom of ambitie om ooit zelf een lijnvliegtuig te bedienen, maar weten veelal niet hoe de opleiding precies in haar werk gaat of wat er allemaal nodig is qua voorbereiding. Lodewijk Delaere (°1994) begon eind juni 2012 aan zijn opleiding tot lijnpiloot bij CAE Oxford Aviation Academy Brussels en vertelt ons in deze rubriek regelmatig de details. Geniet ervan!

In mijn vorige deel had ik het over BFC, maar wat is BFC nu eigenlijk? BFC staat voor Basic Flying Course. De bedoeling is eigenlijk om echt de basics van het vliegen te leren: straight-and-level flight, klimmen, dalen, bochtjes maken, versnellen en vertragen. Later komt er daar ook nog wat navigeren bij: radialen tracken van een VOR (kort gezegd is dat een systeem waarbij je door middel van radiosignalen vanaf een grondstation een specifieke richting kunt nemen, waarbij je dan ook jouw positie ten opzichte van die rechte lijn kunt zien in het vliegtuig), communicatie terwijl je vliegt, vliegen met twee, … Aangezien het nog altijd basic is, is er daar ook geen supersimulator voor nodig. We gebruiken gewoon Microsoft Flight Simulator 2004 voor (werkt op elke Windows, ik heb toevallig net dezelfde versie op mijn computer). Natuurlijk niet om zomaar een beetje te vliegen, maar echt om te vliegen zoals de instructeurs ons willen doen vliegen. Daarvoor moeten we ook heel wat doen. Naast het vliegen zelf komt er nogal wat bij kijken: briefings, tabellen die gekend moeten worden, volgordes, regeltjes e.d. Daarnaast moeten we ook nog “huiswerk” maken (samenvattingen, vraagjes oplossen, lijstjes aanvullen, e.d. ).

In het totaal hebben we 7 sessies en vijf briefings. Voor het eerst vlogen we ook in crews van 3. In zo’n sessie wisselen we mekaar telkens af: er is iemand die vliegt, iemand anders neemt notities voor diegene die vliegt en de laatste verbetert intussen zijn “huiswerk”. Nadien is er voor de persoon die gevlogen heeft een debriefing, waarin de goede en (vooral) de minder goede puntjes aan bod kwamen en wordt het resultaat meegedeeld. Daarna wordt er doorgeschoven. Zo’n sessie kan soms wel zo’n 4 tot 5 uur duren, wat een voor-/namiddag wel lang kan maken.

Maar het is een goede voorbereiding op het latere vliegen. Je leert er instrumenten lezen en vooral scannen. Het scannen van je instrumenten is zeer belangrijk. Aangezien je zowel je richting, als je hoogte als je snelheid in het oog moet houden, is een goede scantechniek toch wel cruciaal om niet achter je vliegtuig te geraken.

Ondanks de vele verschillen tussen de vliegtuigen, is de cockpit ruwweg altijd hetzelfde. Dus ook je basis-instrumenten staan altijd min of meer hetzelfde wat een overstap naar een ander toestel iets minder moeilijk maakt. Op dat vlak maakt het ook niet uit op welk type toestel je leert vliegen, de basis blijft hetzelfde.

Ook de introductie van de fameuze “pitch-power” tabel is belangrijk geweest. Pitch (de stand van je neus ten opzichte van de horizon) en power (de kracht die je motor levert) zijn de twee basis-settings om een stabiele vlucht te hebben. Wil je straight en level vliegen? Zet je neus op zoveel graden en zet zoveel rpm power, en je zult min of meer aan de juiste snelheid level vliegen. Wil je klimmen? Zet je neus op zoveel graden, zet zoveel rpm en je klimt aan 1000 voet per minuut. Het is eigenlijk dé referentie om heel basic te vliegen. In het geval dat je je attitude indicator zou verliezen, dan is pitch en power het eerste waarop je je baseert!

Het vertrek naar de USA komt trouwens dichterbij, tijd om wat voorbereidingen te treffen! Meer daarover volgende keer!

Lodewijk

Deel artikel:

Meer nieuws